Bewaren
![]() |
Alleen aardappels van late rassen kunnen bewaard worden. Kies de gezond uitziende en onbeschadigde knollen uit (gebruik de beschadigde exemplaren meteen of gooi ze weg) en zorg ervoor dat ze door en door droog zijn ‑ de schil mag er niet afbladderen als er met de duim overheen gewreven wordt. |
Aardappels kunnen worden ingekuild maar voor de meeste mensen is het praktischer ze op te slaan in een koele, droge, vorstvrije en donkere schuur of kelder. Houd ze uit de buurt van sterkruikende stoffen (zoals een pot met verfkwasten in peut). Leg de aardappels in stapelbare kistjes met opstaande hoeklatten om luchtcirculatie en gemakkelijke controle mogelijk te maken. Er worden vaak zakken van dik papier of jute gebruikt maar één verborgen rotte aardappel kan tientallen andere aansteken. Neem nooit zakken van plastic daar deze de luchttoevoer afsluiten. Aardappels kunnen ook op een met stro bedekte droge vloer of stelling worden bewaard.
Controleer ze regelmatig en wrijf vanaf januari de spruiten eraf. Vorstvrij bewaren is belangrijk: rond het vriespunt hoopt zich een overmaat aan suikers op in de knol, wat hem ongenietbaar zoet maakt.



