Uw browser ondersteund geen javascript, zonder javascript is deze website niet te bekijken.
 
 

Handleiding

Gebruik van de catalogus

In deze catalogus staan 116 rassen beschreven, gerangschikt op alfabetische volgorde. Van elk ras is een landbouwkundige en morfologische beschrijving opgenomen, naast een afbeelding van zowel de lichtkiem als de knol. Voorafgaand aan de rasbeschrijvingen vindt u een overzicht van de diverse raseigenschappen in tabelvorm, zodat u in ????n oogopslag de diverse rassen en hun eigenschappen met elkaar kunt vergelijken. Achterin in de catalogus is een overzicht van de rassen met de bijbehorende kwekers en vertegenwoordigers opgenomen. Tot slot volgen de adressen van de vertegenwoordigers, exporteurs en relevante instanties.

Hoe vindt u het ras waarnaar u zoekt?

De pootaardappel van uw keuze laat zich eenvoudig opsporen. U hoeft slechts te bepalen aan welke eisen het ras moet voldoen aan de hand van de plaatselijke teeltomstandigheden, de te verwachten afzet en het beoogde gebruik van het product. Afhankelijk van de uitkomst hiervan komt u tot een cluster van eigenschappen waaraan uw aardappel moet beantwoorden. 

Bij een tafelaardappel gaat het allereerst om een goede consumptiekwaliteit, ofwel gunstig kookgedrag en goede smaak. Uiteraard is en blijft productiviteit van belang, hoewel er tegenwoordig steeds meer nadruk ligt op een beperkt gebruik van kunstmest en gewasbeschermingsmiddelen. Daarbij is de ziekteresistentie van groot belang, met name voor aardappelziekte, virusziekten en het aardappelcysteaaltje. Daarnaast is het uiterlijk van de knollen van toenemend belang, nu de aardappelen ook als gewassen product, in kleinverpakking, worden aangeboden in supermarkten. 

Voor de verwerkende industrie moeten we onderscheid maken tussen frites en chips omdat fabrikanten voor deze twee toepassingen verschillende eisen stellen. In het algemeen gelden ook hier productiviteit en resistentie tegen ziekten en plagen als belangrijke factoren. Van belang zijn verder het drogestofgehalte, de knolvorm, het percentage grof en natuurlijk een laag reducerend suikergehalte.

De aardappelzetmeelindustrie is in de loop der jaren overgegaan van seizoensgebonden productie op een langduriger verwerking. Naast een zo hoog mogelijke zetmeelopbrengst per hectare is bewaarbaarheid dan ook zeker in belang toegenomen. Ziekten en plagen spelen ook in deze teelt een grote rol en resistenties zijn daarom belangrijk, met name tegen aardappelziekte en aardappelcysteaaltje. Ook wratziekteresistentie speelt een steeds grotere rol.

Landbouwkundige eigenschappen

De landbouwkundige eigenschappen zijn per ras vermeld. Daarnaast staan deze karakteristieken ook in de tabel die voorafgaat aan de rasbeschrijvingen. Onder meer de volgende kenmerken worden beschreven:

?? vroegrijpheid;

?? knollen (vorm, grootte, schil- en vleeskleur, vlakheid van de ogen);

?? opbrengst (waardering in een rijpe toestand);

?? drogestofgehalte;

?? consumptiekwaliteit (kookgedrag en zuiverheid van kleur na koken);

?? loofontwikkeling;

?? resistentie tegen onder meer bladrolvirus, A-,X-,Yn-virus, aardappelziekte, wratziekte, aardappelcysteaaltje, schurft en stootblauw.


De landbouwkundige gegevens zijn ontleend aan de resultaten van het Cultuur- en Gebruikswaarde Onderzoek (CGO) onderzoek en/of aangeleverd door de betreffende kwekers. Naktuinbouw heeft eveneens onderzoekgegevens verstrekt. De cijfers die voor een groot aantal eigenschappen in de tabellen staan, gelden voor de Nederlandse klimatologische omstandigheden. Afwijkende klimaatomstandigheden kunnen echter van invloed zijn op de raseigenschappen. Toch geeft deze tabel voor de meeste eigenschappen wel een duidelijke aanwijzing over het te verwachten gedrag van een ras.

Morfologische kenmerken

De volgende morfologische kenmerken staan vermeld in de rassencatalogus:

 

?? plantkenmerken zoals grootte van de bladeren, bloeiwijze;

?? knolkenmerken zoals vorm, vlees- en schilkleur;

?? lichtkiemkenmerken zoals vorm, kleur en beharing van de lichtkiem.

 

De morfologische kenmerken zoals beschreven in deze catalogus zijn afkomstig van Naktuinbouw. De afdeling Rassenonderzoek van Naktuinbouw is als enige bevoegde instantie in Nederland belast met het testen van plantaardige kweekgewassen alsmede landbouwkundige en sierproducten op drie criteria: Distinctness (onderscheidbaarheid), Uniformity (homogeniteit) en Stability (bestendigheid). Het DUS-onderzoek vindt plaats ten behoeve van registratie en/of toekenning van kwekersrechten. Het onderzoek wordt uitgevoerd in opdracht van de nationale en Europese (registratie-)instanties, te weten de Nederlandse Raad voor Plantenrassen (RvP) en het Communautair Bureau voor Plantenrassen (CPVO).

 

Het doel van het DUS-onderzoek is te bepalen of een ras in aanmerking komt voor registratie en kwekersrecht en inschrijving in het Nederlands Rassenregister (NRR). Naktuinbouw voert het DUS-onderzoek niet alleen uit voor de Nederlandse aardappelsector, maar ook voor de Belgische, Deense en Franse sectoren. Dit verloopt via bilaterale overeenkomsten tussen de RvP en deze landen. Het DUS-onderzoek is conform de UPOV-richtlijnen en/of het CPVO-protocol. Naast het DUS-onderzoek testen de RvP en het CPVO de rassen waarvoor kwekersrecht is aangevraagd bovendien op nieuwheid en correcte nomenclatuur.



Meer over ...